Klik hier voor informatie over de wijziging in de levering van diensten en ondersteuning.

Vroeger werd de IT-sector gedomineerd door vrouwen

vrouwen-computer-1943

Als je vandaag het woord computer hoort, denk je waarschijnlijk aan een laptop, een server of misschien een datacenter vol blinkende racks.

Maar nog niet zo heel lang geleden (ruweg 1940 - 1960) kon een computer gewoon een mens zijn.

En opvallend vaak was dat een vrouw.

Volgens de statistieken van het CBS wordt de IT-sector tegenwoordig voor slechts zo'n 19% door vrouwen ingevuld. Dat vind ik, gezien de geschiedenis van het computeren, eigenlijk best opmerkelijk.

In deze blogpost wil ik laten zien dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat IT als een mannenwereld wordt gezien. Het beeld dat we vandaag om ons heen zien, kan namelijk gemakkelijk de indruk wekken dat dit altijd zo is geweest.

De geschiedenis vertelt een ander verhaal.

Juist daarom vind ik het jammer dat een huidig beeld zo gemakkelijk verandert in een hardnekkige opvatting over wie er wel of niet in de IT-wereld hoort te werken. Want zodra je wat verder terugkijkt, blijkt dat vrouwen vanaf het begin een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van computing - en in de beginjaren zelfs een groot deel van het werk voor hun rekening namen.

Vertaald naar deze tijd kun je zelfs stellen dat vrouwen in de beginjaren de IT-sector juist domineerden.

In de eerste helft van de twintigste eeuw waren zogenaamde human computers mensen die ingewikkelde berekeningen uitvoerden. Denk aan ballistische berekeningen, luchtvaart, astronomie en later ruimtevaart. Het werk bestond uit eindeloze reeksen berekeningen, controles en nog meer berekeningen.

Nauwkeurig, geduldig en vooral: heel veel werk.

Dat klinkt misschien niet bepaald als de IT-sector zoals we die tegenwoordig kennen. Maar eigenlijk waren deze mensen precies datgene aan het doen waar we nu computers voor gebruiken.

Alleen hadden ze geen toetsenbord, processor en 64 GB RAM.

Ze hadden pen, papier en het vermogen om eindeloos nauwkeurig te rekenen.

En een flinke dosis geduld en een ijzeren discipline.

De computer was eerst een beroep

Het woord computer verwees oorspronkelijk dus niet naar een apparaat, maar naar iemand die berekeningen uitvoerde.

Een mooi voorbeeld is Katherine Johnson. Zij begon in 1953 bij de National Advisory Committee for Aeronautics, oftewel NACA. Dat was de Amerikaanse organisatie die in 1958 zou opgaan in NASA. Johnson begon daar als menselijke computer en maakte berekeningen voor onder andere vlucht- en onderzoeksgegevens.

Toen NACA NASA werd, veranderde ook Johnsons functie. Ze werd aerospace technologist en ging zich steeds nadrukkelijker bezighouden met de berekeningen van ruimtevluchttrajecten. Haar werk was onder andere belangrijk voor de vlucht van Alan Shepard in 1961 en de orbitale vlucht van John Glenn in 1962.

Katherine Johnson is daarmee een prachtig voorbeeld van de overgang die dit hele verhaal zo interessant maakt: ze begon als computer en groeide uit tot een technisch specialist binnen de ruimtevaart.

En bij de ontwikkeling van de ENIAC, een van de eerste elektronische computers, waren het eveneens vrouwen die een groot deel van het programmeerwerk uitvoerden.

Dat laatste is misschien wel het meest ironische voorbeeld.

ENIAC De ENIAC was een gigantische machine met duizenden vacuümbuizen, kabels en schakelaars. De machine zelf was indrukwekkend, maar iemand moest haar natuurlijk vertellen wat ze moest doen.

Dat waren onder anderen (lees: vooral) vrouwen.

En het bleef niet bij het vertellen wat de machine moest doen. Vrouwen waren ook betrokken bij het praktische werk rond zulke machines: het aansluiten van bedrading, het monteren van onderdelen en het assembleren van elektronische componenten.

Ook later, toen computers steeds meer in fabrieken werden geproduceerd, was het assembleren van elektronische apparatuur vaak vrouwenwerk.

Het beeld van de eerste computers als uitsluitend het domein van mannelijke ingenieurs klopt dus niet.

Programmeren was in die tijd nog een relatief nieuw vakgebied, met een heel ander imago dan tegenwoordig.

Van menselijke computer naar computer

Ergens zit daar een prachtige ontwikkeling in.

Eerst waren er mensen die als computer werkten.

Daarna bouwden we machines die het werk van die mensen konden overnemen.

En vervolgens gingen mensen weer werk doen dat bestond uit... computers vertellen wat ze moesten doen.

Programmeren dus.

De ironie is dat juist in de periode waarin programmeren ontstond, vrouwen een behoorlijk belangrijke rol speelden. Het was lange tijd geen beroep met het imago van de hedendaagse software engineer.

Naarmate computers krachtiger en belangrijker werden, veranderde dat.

Computing werd big business. Software werd een industrie. Programmeurs kregen een veel duidelijker technische status.

En ergens onderweg veranderde ook het beeld van wie er bij dat werk hoorde.

En toen werd IT een mannenwereld

Dat vind ik misschien wel het interessantste onderdeel van dit verhaal: de omslag.

De geschiedenis wordt soms verteld alsof computers en programmeren vanaf het begin typisch mannenwerk waren.

Zo was het helemaal niet.

Sterker nog: in de beginjaren van computing waren vrouwen op verschillende plaatsen juist nadrukkelijk aanwezig.

De omslag is daarom opvallend.

Toen computers vooral bestonden uit enorme machines, ingewikkelde berekeningen en relatief laag gewaardeerd programmeerwerk, waren vrouwen prominent aanwezig.

Toen computers uitgroeiden tot een van de belangrijkste technologieën en industrieën ter wereld, werd het vak steeds sterker geassocieerd met mannen.

Dat betekent niet dat daar één simpele oorzaak voor bestaat. Er speelden allerlei factoren mee: opleidingen, arbeidsmarkt, status van het beroep, werving en maatschappelijke verwachtingen.

Maar het contrast blijft opmerkelijk.

En misschien moeten we daar iets van leren.

Want wanneer we vandaag zeggen dat IT een mannenwereld is, moeten we ons misschien eerst afvragen hoe vanzelfsprekend dat eigenlijk is.

De geschiedenis laat immers iets anders zien.

Er is niets aan programmeren, systeembeheer, softwareontwikkeling, elektronica of computing dat van nature bij mannen hoort. En er is evenmin iets waardoor vrouwen daar van nature minder thuishoren.

Het vak verandert voortdurend. De mensen die het uitoefenen ook.

Wat wij op een bepaald moment als normaal beschouwen, is vaak niet meer dan een momentopname.

Wat is normaal?

Dat vind ik misschien wel de interessantste vraag.

Als we ergens een generatie lang vooral mannen zien programmeren, gaan we dat al snel beschouwen als de natuurlijke toestand.

Jongens zien programmeurs en denken: dat is iets voor mensen zoals ik.

Meisjes zien hetzelfde beeld en kunnen, bewust of onbewust, denken: blijkbaar is dat niet helemaal mijn wereld.

En zo kan een historische toevalligheid zichzelf gaan versterken.

Terwijl de geschiedenis van computing juist laat zien dat het anders kan.

Niet omdat mannen en vrouwen hetzelfde zijn.

Maar omdat er geen goede reden is om een vakgebied op basis van geslacht toe te wijzen.

Misschien zouden we daarom wat minder moeten kijken naar wat op dit moment gebruikelijk is, en wat meer naar wat mogelijk is.

Want normaal is een merkwaardig woord.

Normaal is wat we vaak genoeg zien.

Maar wat we vaak genoeg zien, hoeft helemaal niet te zijn wat altijd zo geweest is - en al helemaal niet wat altijd zo moet blijven.

En nu praten we weer met computers

En dan komen we bij het volgende hoofdstuk.

We hebben inmiddels computers gebouwd die niet alleen berekeningen kunnen uitvoeren, maar ook taal kunnen begrijpen, code kunnen schrijven en instructies kunnen interpreteren.

Met AI verschuift daarmee opnieuw iets fundamenteels.

Ooit vertelde een mens een computer exact welke instructies hij moest uitvoeren.

Daarna schreven programmeurs steeds abstractere talen om dat gemakkelijker te maken.

En tegenwoordig kunnen we in gewone taal tegen een computer zeggen wat we willen.

De computer schrijft vervolgens zelf de instructies.

Maar er gebeurt nog iets opvallenders.

We praten weer met onze computer.

En daarmee is de cirkel eigenlijk rond.

Vroeger kon je met een computer praten omdat het een mens was. Je kon uitleggen welke berekening je nodig had, vragen naar het resultaat en eventueel nog eens doorvragen.

Daarna verdwenen de menselijke computers achter machines. De interactie werd steeds formeler: ponskaarten, schakelaars, terminals, commando's en programmeertalen.

En nu zitten we opnieuw tegenover iets waarmee we een gesprek kunnen voeren.

Alleen is het deze keer daadwerkelijk een machine.

Dat levert een bijna absurde historische ontwikkeling op:

Eerst waren computers mensen. Daarna werden computers machines. Daarna vertelden mensen computers wat ze moesten doen. En nu kunnen we weer gewoon tegen computers praten.

Alleen begrijpt die computer ons tegenwoordig ook nog.

Dus wat is een computer eigenlijk nog?

Een machine die berekeningen uitvoert?

Een programma dat instructies uitvoert?

Een AI die instructies interpreteert en vervolgens andere software aanstuurt?

Of gewoon een systeem waarmee we informatie verwerken - soms samen met een mens, soms namens een mens?

Misschien wordt computer uiteindelijk weer een soort verzamelnaam, zoals het dat oorspronkelijk ook was.

Niet voor een specifiek apparaat, maar voor iets of iemand die informatie verwerkt.

En dan komen we vanzelf bij een nóg interessantere vraag.

Waar houdt de computer op en waar begint de mens?

Dat is het punt waarop we niet meer alleen over IT praten.

Dan hebben we het over de hybride mens, menselijke augmentatie en misschien uiteindelijk over de vraag wat we überhaupt nog als "menselijk" beschouwen.

Maar goed.

Dat is een discussie voor een andere blogpost. 😉

Voorlopig vind ik het al wonderlijk genoeg dat het woord computer ooit naar een vrouw met een pen kon verwijzen - en dat we tegenwoordig tegen een computer kunnen zeggen:

"Schrijf even een programma dat dit voor me doet."

De computer doet dat vervolgens.

En misschien zit daar de echte les van dit hele verhaal.

Wat wij vandaag als vanzelfsprekend zien, is geen natuurwet.

Een computer was ooit een mens. Programmering was ooit vrouwenwerk. De machine die nu overal om ons heen staat, was ooit een compleet nieuw idee.

En het beeld van wie bij computers hoort, is in de tussentijd meerdere keren veranderd.

Dus misschien moeten we wat voorzichtiger zijn met het woord normaal.

Niet alleen omdat de technologie verandert, maar omdat onze ideeën over wie technologie maakt en gebruikt óók veranderen.

Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, kan morgen alweer geschiedenis zijn.

En juist daarom lijkt het me mooi als we over vijftig jaar niet meer hoeven uit te leggen dat IT ooit vooral als een mannenwereld werd gezien.

Niet omdat er een nieuwe norm moet worden opgelegd, maar simpelweg omdat het dan niet meer bijzonder is wie er achter de computer zit.


Bronvermelding afbeelding - Colossus Mark 2 (gebruikt als banner)

Voor de banner van dit artikel is een historische foto gebruikt van twee vrouwen die in 1943 een Colossus Mark 2 bedienen in Bletchley Park. De foto is afkomstig uit de collectie van The National Archives (UK) en valt volgens de aangegeven Crown Copyright-regels in het public domain.

Omdat de foto public domain is, is voor het gebruik ervan geen toestemming of verplichte licentievermelding nodig. Uit respect voor de oorspronkelijke bron vermeld ik hieronder toch de herkomst:


Bronvermelding afbeelding - ENIAC

Voor dit artikel is een historische foto gebruikt van Glen Beck en Betty Snyder bij de ENIAC in gebouw 328 van het Ballistic Research Laboratory. De foto is afkomstig uit een historische publicatie van het Amerikaanse leger en is beschikbaar gesteld via Wikimedia Commons. Volgens de bronvermelding op Wikimedia Commons is de afbeelding public domain, omdat het een werk betreft van het Amerikaanse federale overheidsapparaat.

Daarom vermeld ik hieronder de bron en de rechtenstatus:

Previous Post